aspirantetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·pi·ran·te·tje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

aspirantetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aspirante

Gangbaarheid