antichambreren
Uiterlijk
- an·ti·cham·bre·ren
- Naamwoord van handeling van chambreren met het voorvoegsel anti-
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| antichambreren |
antichambreerde |
geantichambreerd |
| zwak -d | volledig | |
antichambreren [1]
- inergatief zijn opwachting maken, in de (figuurlijke) wachtkamer zitten
- Er moet geantichambreerd worden, het liefst tot in persoonlijke gesprekken over het gezinsleven, de hobby's, de politiek.
- Niet te verwarren met chambreren.
- Het woord antichambreren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel anti- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal