analoge

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·lo·ge

Bijvoeglijk naamwoord

analoge

  1. verbogen vorm van de stellende trap van analoog

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie