alomtegenwoordig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·om·te·gen·woor·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen alomtegenwoordig alomtegenwoordiger alomtegenwoordigst
verbogen alomtegenwoordige alomtegenwoordigere alomtegenwoordigste
partitief alomtegenwoordigs alomtegenwoordigers -

Bijvoeglijk naamwoord

alomtegenwoordig

  1. overal aanwezig
    De alomtegenwoordige bewakingscamera's zijn een reden dat ik nooit meer met ongekamde haren de deur durf uit te gaan.

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie