afgezonderders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·zon·der·ders

Bijvoeglijk naamwoord

afgezonderders

  1. partitief van de vergrotende trap van afgezonderd
    • Dat is iets afgezonderders...