actieplan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·tie·plan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord actieplan actieplannen
verkleinwoord actieplannetje actieplannetjes

Zelfstandig naamwoord

actieplan o

  1. plan volgens welke men te werk gaat bij een activiteit

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.