acribie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • acri·bie
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord acribie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

acribie v [2]

  1. van personen of gegevens: uiterste nauwkeurigheid in taalkundige arbeid
    • De bezorgers - beiden afkomstig uit de school van A.L. Sötemann, die de historisch-kritische editietechniek in Nederland introduceerde met zijn uitgave, in 1979, van de gedichten van J.C. Bloem - beschouwen het produkt van hun filologische acribie als "niet meer dan een databank'. Erg opwindend klinkt dat niet, maar wij mogen dankbaar zijn voor hun werk. Want hoeveel leesavonturen worden er niet mogelijk door deze wetenschappelijke Nijhoff-editie. [3] 
    • Kunstkritiek en kunstgeschiedschrijving danken wellicht voor een deel hun slechte naam aan de dubieuze manier waarop ze met het begrip invloed omgaan. Terwijl de kritiek vaak achteloos strooit met de term, worden in sommige kunsthistorische literatuur minuscule voorbeelden van beinvloeding geanalyseerd met een ijver en een acribie alsof het de oplossing van het wereldraadsel betreft, of, wat vaker voorkomt, wordt over invloeden gesproken alsof het om de dosering van ingredienten voor een maaltijd gaat: kunstwerken volgens recept. Ik chargeer wat, maar ik wil er mee zeggen dat het op beide gebieden nogal eens ontbreekt aan zinnige discussie, zowel over het fenomeen invloed zelf als over de context waarbinnen het functioneert. [4] 

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders;
16 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. acribie op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. NRC Wiel Kusters 2 april 1993
  4. NRC Carel Blotkamp 23 november 1990