Naar inhoud springen

achterom

Uit WikiWoordenboek
  • ach·ter·om

achterom

  1. rondom naar de achterzijde
    • Loop maar achterom, we zitten in de tuin. 
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord over de schouder achterwaarts
     Ondanks de prachtige omgeving keek ik bij elk geluid toch wat schichtig achterom.[2]
     Hij verbreekt het oogcontact en sleurt het arme kind mee. Ze kijkt nog een keer achterom. 'I love you,' roep ik haar na. 'Ti amo.[3]
enkelvoud meervoud
naamwoord achterom -
verkleinwoord achterommetje -

hetachteromo [4]

  1. gedeelte aan de achterzijde van een woning
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. achterom op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be