achterom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·om
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

achterom

  1. rondom naar de achterzijde
    • Loop maar achterom, we zitten in de tuin. 
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord over de schouder achterwaarts
     Ondanks de prachtige omgeving keek ik bij elk geluid toch wat schichtig achterom.[2]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. achterom op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be