accuse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Naar frequentie 2190
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord accusare.
vervoeging
onbepaalde wijs to accuse
he/she/it accuses
verleden tijd accused
voltooid
deelwoord
accused
onvoltooid
deelwoord
accusing
gebiedende wijs accuse

Werkwoord

accuse

  1. aanklagen, beschuldigen, betichten
Afgeleide begrippen


Frans

Werkwoord

vervoeging van
accuser

accuse

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van accuser
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van accuser
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van accuser