accuraat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cu·raat
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen accuraat accurater accuraatst
verbogen accurate accuratere accuraatste

Bijvoeglijk naamwoord

accuraat

  1. met grote nauwgezetheid uitgevoerd
    Dat is geen accurate weergave van de gang van zake.
  2. (statistiek) (in hoge mate) vrij van systematische fouten
    Deze meting is weliswaar accuraat, maar niet erg precies omdat de willekeurige fouten vrij groot zijn.