strelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stre·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
strelen
streelde
gestreeld
zwak -d volledig

Werkwoord

strelen

  1. overgankelijk zachtjes met de hand over iets strijken
    • Zijn ijdelheid werd met die opmerking gestreeld. 
  2. wederkerend zich ~: zichzelf zachtjes aaien
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.