absoute

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·sou·te
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord absoute absouten
absoutes
verkleinwoord absoutje absoutjes

Zelfstandig naamwoord

absoute v/m [2]

  1. een plechtigheid na een uitvaartmis waarin voor de overledene om kwijtschelding van straf wordt gebeden
    • De absoute is het laatste deel van de uitvaartmis waarin de lijkkist met wijwater wordt besprenkend en één of meer gedichten worden voorgelezen. 

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders
22 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal