absolver

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
absolver
absolvía
absuelto
volledig

Werkwoord

absolver

Woordafbreking
  1. vrijspreken
  2. vergeven, absolveren, de absolutie geven
  3. ontheffen, vrijstellen
Synoniemen