absolut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
  • IPA: /apso'luːt/
Woordafbreking
  • ab·so·lut
stellend vergrotend overtreffend
absolut
absoluter
am absolutesten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

absolut

  1. absoluut