abituriënt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abi·tu·ri·ent
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Duits
enkelvoud meervoud
naamwoord abituriënt abituriënten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

abituriënt m

  1. (onderwijs) wie een middelbare school of school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met het eindexamendiploma verlaat

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders
50 % van de Vlamingen.