abastecerse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
abastecerse
abastecía
abastecido
volledig

Werkwoord

abastecerse

Woordafbreking
  1. zich bevoorraden, zich van het nodige voorzien, inslaan