aanvalsplannetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vals·plan·ne·tje

Zelfstandig naamwoord

aanvalsplannetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aanvalsplan