aanspreektiteltjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spreek·ti·tel·tjes

Zelfstandig naamwoord

aanspreektiteltjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord aanspreektitel