aanbevelingswaardigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·ve·lings·waar·di·gers

Bijvoeglijk naamwoord

aanbevelingswaardigers

  1. partitief van de vergrotende trap van aanbevelingswaardig
    • Dat is iets aanbevelingswaardigers...