Rijnwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Rijn·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Rijnwater Rijnwateren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Rijnwater o [1]

  1. water uit de rivier de Rijn
    • Rijn, Maas, IJsselmeer en Markermeer hebben nog voldoende water om de regio's zonodig van extra water te kunnen voorzien. Dat gebeurt ook al op een aantal plekken in het land. De afvoer van de Rijn zal volgende week onder het normale peil zakken, verwacht de LCW, maar de commissie denkt dat de stand voldoende hoog blijft om aan de watervraag te kunnen voldoen. De afvoer van Rijnwater zakt omdat het ook in Zwitserland en Duitsland warm en droog is.[2] 
    • Om de afvoercapaciteit van de Rijn te vergroten heeft Rijkswaterstaat vorige week de stuwen in de Neder-Rijn en de Lek opengezet. De Neder-Rijn helpt dan bij de afvoer van het overtollige Rijnwater richting zee.[3] 

Gangbaarheid

Verwijzingen