Maaswater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Maas·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Maaswater Maaswateren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Maaswater o

  1. water uit de rivier de Maas
    • Sindsdien loopt de fundering voor een dubbele waterkering dwars door de tuin van Piet en Mia Cup. Piet heeft foto's van hoogwater in 2010 en 2011 waar het Maaswater tegen de waterkering beukt.[1] 
    • Dat stelt RIWA-Maas, de vereniging van drinkwaterbedrijven die uit Maaswater drinkwater produceren, naar aanleiding van het jaarrapport De kwaliteit van het Maaswater in 2012. 'Door de toenemende vergrijzing neemt het medicijngebruik toe en dat zie je terug in de bron van het drinkwater', aldus directeur Harry Römgens van RIWA-Maas.[2] 
  2. waterwegen die verbonden zijn met de Maas

Gangbaarheid

Verwijzingen