Naar inhoud springen

étonner

Uit WikiWoordenboek
  • é·ton·ner
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
étonner
étonnais
étonné
eerste groep volledig

étonner

  1. overgankelijk verwonderen, verbazen
    «La reine paraissait gaie et heureuse, ce qui semblait fort étonner les personnes qui l’entouraient, et qui avaient au contraire l’habitude de la voir presque toujours soucieuse.»[1]
    De koningin leek blij en gelukkig, wat de personen rond haar die juist gewoon waren haar bijna altijd bezorgd te zien, zeer leek te verbazen.
  2. wederkerend s'~ de: zich verwonderen over, zich verbazen over
  1. Bronlink Weblink bron “Les Trois Mousquetaires”, digitale editie op de Franse Wikisource van MM. Dufour et Mulat, 1849 (1844), p. 181