zwaaien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwaai·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zwaaien |
zwaaide |
gezwaaid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zwaaien
- (inergatief) begroeten door met de hand heen en weer te bewegen
- De kinderen stonden al te zwaaien toen we aankwamen.
- (inergatief) aandacht vragen door met de armen heen en weer te bewegen
- De man stond te zwaaien om ons aan te geven dat we er niet in mochten rijden.