zonderling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zon·der·ling
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zonderling | zonderlinger | zonderlingst |
| verbogen | zonderlinge | zonderlingere | zonderlingste |
Bijvoeglijk naamwoord
zonderling
- bij alle anderen bevreemding opwekkend
- Hij maakte een zonderlinge indruk.
Synoniemen
Vertalingen
1. bij alle anderen bevreemding opwekkend
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zonderling | zonderlingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
zonderling m
- iemand die los van de samenleving leeft en bevreemding opwekt
- Hij is altijd al een beetje een zonderling geweest, maar nu is het wel heel erg geworden.