zolen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zo·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zolen |
zoolde |
gezoold |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zolen
- het aanbrengen van een zool onder een schoen
- Deze schoen moet nog gezoold.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
zolen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zool