zolen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zolen
zoolde
gezoold
zwak -d volledig

Werkwoord

zolen

  1. het aanbrengen van een zool onder een schoen
    Deze schoen moet nog gezoold.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zolen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zool
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen