zool

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zool
enkelvoud meervoud
naamwoord zool zolen
verkleinwoord zooltje zooltjes

Zelfstandig naamwoord

zool

  1. onderkant van de voet
  2. onderkant van schoeisel of kous
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

vervoeging van
zolen

zool

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zolen
    Ik zool.
  2. gebiedende wijs van zolen
    Zool!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zolen
    Zool je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen