zojuist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • zo·juist

Bijwoord

zojuist

  1. korte tijd geleden
    Ik heb dat zojuist op de post gedaan.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen