zigeuner
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zi·geu·ner
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zigeuner | zigeuners |
| verkleinwoord | zigeunertje | zigeunertjes |
Zelfstandig naamwoord
zigeuner m
- iemand die behoort tot de Sinti of Roma
- De benaming "zigeuner" wordt door de betrokkenen vaak als beledigend ervaren.
- iemand die ervoor kiest een zwervend bestaan te leiden
- Zijn leventje als zigeuner kwam ten einde en hij begon serieus aan zijn carriere te denken.
Afgeleide begrippen
- zigeunerachtig
- zigeunerfamilie
- zigeunerkamp
- zigeunerleven
- zigeunermeisje
- zigeunermuziek
- zigeunerorkest
- zigeunertaal
- zigeunertango
- zigeunertroep
- zigeunervolk
- zigeunerwagen