zigeunerin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zi·geu·ne·rin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zigeunerin | zigeunerinnen |
| verkleinwoord | zigeunerinnetje | zigeunerinnetjes |
Zelfstandig naamwoord
zigeunerin v
- iemand die behoort tot de Sinti of Roma
- De benaming "zigeunerin" wordt door de betrokkenen vaak als beledigend ervaren.
- iemand die ervoor kiest een zwervend bestaan te leiden
- Haar leventje als zigeunerin kwam ten einde en zij begon serieus aan zijn carriere te denken.