zedigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zedigheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zedigheid v

  1. het zich zedig gedragen
    De zedigheid was ver te zoeken.