zedig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ze·dig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zedig | zediger | zedigst |
| verbogen | zedige | zedigere | zedigste |
Bijvoeglijk naamwoord
zedig
- zich volgens de morele zeden gedragend
- Zij was altijd een zedige jonge vrouw geweest, maar haar zuster was een lellebel.