zedig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·dig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zedig zediger zedigst
verbogen zedige zedigere zedigste

Bijvoeglijk naamwoord

zedig

  1. zich volgens de morele zeden gedragend
    Zij was altijd een zedige jonge vrouw geweest, maar haar zuster was een lellebel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen