zakkig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zak·kig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zakkig | zakkiger | zakkigst |
| verbogen | zakkige | zakkigere | zakkigste |
Bijvoeglijk naamwoord
zakkig
- (pejoratief) zich sullig, zonder pit gedragend
- Wat kan hij toch zakkige opmerkingen maken.
- aan een zak herinnerend
- Dat zakkige jasje staat hem helemaal niet.