zaait

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaait

Werkwoord

vervoeging van
zaaien

zaait

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaaien
    Jij zaait.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaaien
    Hij zaait.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van zaaien
    Zaait!