win

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win

Werkwoord

vervoeging van
winnen

win

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
    Ik win.
  2. gebiedende wijs van winnen
    Win!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
    Win je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen