win

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA:
    • (Noord-Nederland) /ʋɪn/
    • (Vlaanderen, Brabant) /β̞ɪn/
    • (Limburg) /wɪn/
Woordafbreking
  • win

Werkwoord

vervoeging van
winnen

win

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
    Ik win.
  2. gebiedende wijs van winnen
    Win!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen
    Win je?
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/win"
Persoonlijke instellingen