won

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • won

Werkwoord

vervoeging van
winnen

won

  1. enkelvoud verleden tijd van winnen
    Ik won.
    Jij won.
    Hij, zij, het won.


Engels

Werkwoord

won

  1. verleden tijd van win
  2. voltooid deelwoord van win