wilt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Naar frequentie 160
Woordafbreking
  • wilt

Werkwoord

vervoeging van
willen

wilt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van willen
    Jij wilt.
  2. tweede persoon gij-vorm tegenwoordige tijd van willen
    Gij wilt.
  3. (Limburg) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van willen
    Hij wilt.
  4. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van willen
    Wilt!
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen