watertanden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·tan·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
watertanden
watertandde
gewatertand
zwak -d volledig

Werkwoord

watertanden

  1. (inergatief) met grote trek naar iets (eetbaars) uitzien, het water in de mond krijgen.
    Ze watertandden toen de heerlijke geur uit de keuken hun neusgaten bereikte.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen