watertanden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wa·ter·tan·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| watertanden |
watertandde |
gewatertand |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
watertanden
- (inergatief) met grote trek naar iets (eetbaars) uitzien, het water in de mond krijgen.
- Ze watertandden toen de heerlijke geur uit de keuken hun neusgaten bereikte.