voorkeur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·keur
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorkeur | voorkeuren |
| verkleinwoord | voorkeurtje | voorkeurtjes |
Zelfstandig naamwoord
voorkeur m
- de neiging tot kiezen van het één boven het ander
- Mijn voorkeur gaat uit naar de eerste mogelijkheid.
Hyponiemen
- bijvoorkeur, consumentenvoorkeur, fabrikantenvoorkeur, konsumentenvoorkeur, merkenvoorkeur, merkvoorkeur, smaakvoorkeur, tijdvoorkeur
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- de voorkeur geven aan iemand of iets
een voorkeur hebben voor iemand of iets
iemand of iets verkiezen
Vertalingen
1. de neiging tot kiezen van het één boven het ander
de voorkeur geven aan iemand of iets / een voorkeur hebben voor iemand of iets
|