vistrap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·trap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vistrap vistrappen
verkleinwoord vistrapje vistrapjes

Zelfstandig naamwoord

vistrap m

  1. een trap voor vissen om voorbij een sluis, stuw, watermolen of ander obstakel te komen
    Dankzij de vistrap konden de vissen stroomopwaarts paren en eitjes leggen om nageslacht voort te brengen.

Meer informatie