vestiging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ves·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vestiging vestigingen
verkleinwoord vestigingetje, vestiginkje vestigingetjes, vestiginkjes

Zelfstandig naamwoord

vestiging v

  1. het zich vestigen.
  2. een locatie waar een organisatie vanuit werkt.
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen