verwelkoming

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wel·ko·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwelkoming verwelkomingen
verkleinwoord verwelkominkje verwelkominkjes

Zelfstandig naamwoord

verwelkoming v

  1. het verwelkomen
    Ik kon zulk eene vriendelijke verwelkoming, als 't ware op den drempel van mijne vaderstad, niet verwachten. Ik dacht, dat ik er een eenzaam vreemdeling zijn zou.[1]
Synoniemen
Vertalingen


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

verwelkoming

  1. verwelkoming
    «Ná die verwelkoming het Dönges eerste aan die woord gekom.»
    Na de verwelkoming heeft Dönges als eerste het woord gekregen.[2]
Verwijzingen
  1. Jewry, Laura (1849). Kirkholme, of de derde erfgenaam, deel 1, p. 65. Uitg.: Wed. L. van Hulst.
  2. Bekker, Anton Ettienne (2005). Eben Dönges: Balansstaat: Historiese Perspektief, p. 210. Uitg.: African Sun Media, ISBN 9781919980683.