verwelkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wel·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwelkomen
verwelkomde
verwelkomd
zwak -d volledig

Werkwoord

verwelkomen

  1. (overgankelijk) iemand begroeten en welkom heten
    Zij werden door de eigenaar verwelkomd.
Vertalingen