vervallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervallen
verviel
vervallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

vervallen

  1. (ergatief) in slechte staat geraken
    Het oude gebouw verviel tot weinig meer dan een puinhoop.
  2. (ergatief) zijn geldigheid verliezen
    Deze regeling is op 1 januari vervallen.