vertroetelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·troe·te·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertroetelen
vertroetelde
vertroeteld
zwak -d volledig

Werkwoord

vertroetelen

  1. (overgankelijk) iemand een overdreven goede behandeling geven
    Het is ook wel eens lekker zo vertroeteld te worden.
Vertalingen