verstoten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sto·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verstoten
verstootte,
(archaïsch) verstiet
verstoten
gemengd

(archaïsch) klasse 7

volledig

Werkwoord

verstoten

  1. (overgankelijk) niet langer in de omgeving dulden
    Hij had al zijn kinderen verstoten.