verstoten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ver·sto·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verstoten |
verstootte, (archaïsch) verstiet |
verstoten |
| gemengd
(archaïsch) klasse 7 |
volledig | |
Werkwoord
verstoten
- (overgankelijk) niet langer in de omgeving dulden
- Hij had al zijn kinderen verstoten.