verschonen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·scho·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verschonen
verschoonde
verschoond
zwak -d volledig

Werkwoord

verschonen

  1. (overgankelijk) vervangen van vuile dingen door schone
    Ik verschoon de luiers van mijn dochtertje.
    Hoe vaak verschoon jij je bed?.
  2. (overgankelijk) sparen, vrijwaren
    Ik hoop in de toekomst van dit soort vragen verschoond te blijven.
  3. (overgankelijk) goedpraten, rechtvaardigen
    Dit verschoont natuurlijk geenszins zijn handelswijze.