verrader
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ra·der
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van verraden met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verrader | verraders |
| verkleinwoord | verradertje | verradertjes |
Zelfstandig naamwoord
verrader m
- iemand die verraad pleegt
- Verrader! Jij zult boeten voor je verraad!