verpandt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·pandt

Werkwoord

vervoeging van
verpanden

verpandt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpanden
    Jij verpandt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpanden
    Hij verpandt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verpanden
    Verpandt!