verloten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lo·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verloten
verlootte
verloot
zwak -t volledig

Werkwoord

verloten

  1. (overgankelijk) door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen
    Er werden drie tabletten verloot.