verloten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·lo·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verloten |
verlootte |
verloot |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verloten
- (overgankelijk) door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen
- Er werden drie tabletten verloot.