verdichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·dich·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdichten
verdichtte
verdicht
zwak -t volledig

Werkwoord

verdichten [2]

  1. (ergatief) (natuurkunde) (o.a. van dampen en gassen:) dichter worden
    T.g.v. invloeden buiten de wolk onstond druk en t.g.v. de zwaartekracht verdichtte de wolk tot een platte draaiende schijf.
  2. (overgankelijk) (natuurkunde) (dampen en gassen:) dichter maken
  3. (natuurkunde) (wederkerend) zich ~: (van dampen en gassen:) dichter worden
  4. (overgankelijk) op een kunstzinnige wijze uitdenken, verzinnen [3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal

Meer informatie